Op stap
George Nelis kwam immers op het idee om ‘eens’ te voet langs alle Trappistenabdijen in de Lage Landen te wandelen. Uiteraard niet in één ruk, maar in verschillende etappes deed hij zo de negen trappistenabdijen aan die
onze gewesten rijk zijn. Te voet. Van abdij naar abdij. Weer of geen weer. Van die ‘uitstappen’ hield hij dagboeken
bij en daarvan vinden we nu de weergave in dit ‘Tour des Trappistes’. George schrijft daarbij in een vlot leesbare,
vrolijke stijl en weet met humor zelfs de, allicht, (en letterlijke) pijnlijke momenten te verzachten.
Negen hoofdstukken
Negen hoofdstukken vertellen over even zo vele wandelingen, gespreid over verschillende dagen. De schrijver vertelt zijn belevenissen, zonder daarbij te veel in detail te gaan. Maar dat geeft dan weer de ruimte om zeker de
hoogtepunten aan bod te laten komen. Dat kan een plots opduikende fazant zijn, of de aanblik van afspringende
reeën, maar net zo goed het aansteken van een kaarsje in een of ander kapelletje. Recht uit het hart geschreven,
komen momenten van subliem genoegen aan bod, maar net zo goed van tegenslag: het weer zit niet altijd mee,
nieuwe schoenen zorgen voor blaren, de bewegwijzering faalt en je loopt kilometers om. Wie onder ons al eens
zijn neus in de buitenlucht steekt en de wandelschoenen aantrekt, zal in dit boek heel veel herkennen…
Afstanden
De kortste stukjes bevinden zich uiteraard tussen Westmalle, De Koningshoeven en Zundert. Nu gaat George zelden recht- op- recht, en meestal met een gemiddelde afstand van een twintig à dertig kilometer per dag, dus
duurt elke wandeling steeds wel enkele dagen. De kortste is die tussen Westvleteren en de Katsberg, met zijn
20km goed te doen op één dag. Dan gaat het snel in stijgende lijn, richting en voorbij de 80 en 100 km, over 250
km tussen Rochefort en Achel, naar 300 km voor de etappe Westvleteren-Westmalle en, jawel!, 340 km tussen
Chimay en Westvleteren. ‘Amai mijn voeten!’ zeggen we dan.
Alleen
Alhoewel George nu en dan gezelschap krijgt van vrienden, die enkele dagen meestappen, legt hij het grootste
deel van de trajecten in zijn eentje af. Ondanks de goede voorbereiding falen de wandelkaarten wel eens, of is de
aanduiding van de wandelwegen ontoereikend. Want ja, asfalt wordt, waar mogelijk, gemeden. Op zo’n ogenblik ken kom je jezelf tegen, maar elke wandelaar zal beamen dat het net die momenten zijn waar je nog dikwijls aan
terugdenkt. George overnacht her en der in herbergen en gasthofjes en andere gelegenheden met ‘Bed en Ontbijt’
en heeft op die manier talloze toch wel zeer aangename ontmoetingen. Dat geldt overigens, en zeker niet in mindere mate, ook voor zijn overnachtingen in de verschillende abdijen. Tot slot ook een blik op de toekomst: George
denkt ook aan de andere Europese Trappistenabdijen, maar dat vergt dan weer een andere organisatie. Wij duimen
alvast voor hem!
Kritiek?
Zoals steeds is het de taak van de criticus om op zoek te gaan naar minpuntjes. Het is geen wandelgids, dus het formaat mag niet storen: noem het maar een klassiek ‘magazine- formaat’. Hier en daar een Franstalige term waarvan
we het nut niet goed zien, zoals de titel, maar laat dat dan nog terzijde. Misschien had een datering wel iets kunnen
vertellen. Ook bij de Trappisten verandert er regelmatig wel iets, en zouden we het ‘voor of na’ kunnen plaatsen. Ja,
een bijkomstigheid. Verder hebben we niets gevonden waardoor je als lezer het hoofd schudt, integendeel, wij alvast, hebben er van de eerste tot de laatste bladzijde intens van genoten!
Lezen!
Zoals gezegd geeft Frank Stoute steeds wat meer uitleg bij de abdijen zelf. De kenners komen de laatste ontwikkelingen aan de weet en voor de ‘leken’ gaat een interessante wereld open. Beide ‘onderdelen’ zijn rijkelijk geïllustreerd. Van George uiteraard veel wandelfoto’s, van Frank relevante foto’s van de abdijen en hun bieren. Bovenop
tekeningen van de trajecten, die een idee geven hoe de tocht ongeveer verliep. Ja, niet voor de eerste keer kunnen
we een boek ten zeerste aanraden. Maar dit is van een zeer apart en hoog ‘genietgehalte’. Lezen, dus!